Geel in gedachtenis

De Porsche 911 S staat onopvallend in een Weense garage. De man die dit Bahamagele exemplaar vijftig jaar geleden reed, stond echter in de spotlights: coureur Jochen Rindt. Over auto’s met een verhaal en een eeuwige wereldkampioen in het hart.

   

Het is geen geheim of zweverig bijgeloof dat er garages bestaan waarin de auto’s met elkaar praten. Niet al te vaak, en zeker niet al te veel, maar onder hun overkappingen fluisteren ze. Dit weten we uit een kinderboek, waarin Heinz Swoboda de uitwisseling beschrijft. Wat blijkt? In garages is het net als in het echte leven: als er een nieuweling naar binnen rijdt, wordt er gesmoezeld. En niemand wil direct het achterste van zijn tong laten zien. Maar hij is fesch – kek, zoals ze in Wenen zeggen. 

Swoboda heeft een bescheiden garage, maar hij is wel internationaal gevuld. Binnenin voelt het ruim, zeker in de uitbouw op het zuiden, richting de wijngaarden en de kronkelende weggetjes daartussen. Dankzij zijn opleiding als automonteur heeft Swoboda een duidelijk idee van de juiste omgang met zijn beschermelingen en weet hij hoe hij het wezen van de mechanica in beweging moet houden. Zijn ideale collectiestukken zijn auto’s met karakter. Als auto’s door het leven gedeukt zijn, wordt het nog bevredigender om ze hun identiteit weer terug te geven. Vaak ligt die identiteit in de motorsport. 

Dat geldt ook voor deze Porsche 911, die intensief is gebruikt. Ooit zat Jochen Rindt achter het stuur, de legende uit de Formule 1. Later maakte de auto ontelbare kilometers in rally’s, trilde bijna uit elkaar. Na vijftig jaar was eigenlijk alleen het skelet van de 911 nog intact, met zijn glorierijke verleden en scherpe herinneringen. Jochen Rindt is een grote naam in de geschiedenis van de motorsport. Voor de oningewijden: Rindt geldt als eerste popster uit de Formule 1 en behaalde postuum het wereldkampioenschap.

Popster van de Formule 1:

Popster van de Formule 1:

Jochen Rindt met zijn Porsche 911 S.

Een popster in de racesport – dat betekent emoties en brede bekendheid. Medio jaren zestig verlangden mensen naar uitstraling. En Rindt leverde: zijn manier van bewegen en praten was bijzonder, en als opvallend type werd zijn aantrekkingskracht steeds groter. De Formule 1 van de late jaren zestig kende namen als Jackie Stewart, Graham Hill en Jim Clark. Het zijn karakters die de Grand Prix-sport tot leven brengen. Maar het woord ‘postuum’ herinnert aan Monza en Rindts dodelijke ongeluk in 1970. Op dat moment stond de coureur al bovenaan de ranglijst voor het wereldkampioenschap, en niemand haalde hem meer in. Aan het einde van het seizoen veroverde hij zo postuum de titel. 

In 1967 had Rindt de wereldtop bereikt. Hij reed niet alleen in de Formule 1, maar ook in langeafstandsraces met de Porsche 906, 907 en 910, van Daytona tot aan Le Mans. In mei 1967 meldde de Oostenrijkse Porsche-importeur in Salzburg een dienstauto aan voor Rindt: een 911 S met 160 pk, het eerste seriemodel uit Zuffenhausen met Fuchs-velgen. De wagen was uitgerust met een Webasto-verwarming en was afgewerkt in Bahamageel, een kleur die de lakdesigners van Porsche kort daarvoor hadden ontdekt in het ochtendlicht in het Caribisch gebied. De opvallende 911 was absoluut uniek en paste uitstekend in Hietzing, het Weense voorstadje waar Rindt woonde. Op foto’s in de cockpit is Rindt te zien met beige rijhandschoenen, die laten vermoeden hoe de klassieke stuurwielen van hard plastic in de hand lagen.

In 1967 ging Rindt van start in 39 races, waarvan hij er dertien op zijn naam schreef. Hij had dus geen gelegenheid om de 911 veel te gebruiken voor Europese ritten. Eén nachtrit van Wenen naar Rouen is bekend, ’s ochtends begon daar de training voor de Formule 2. Hier reden Jim Clark, Jackie Stewart, Jack Brabham en Bruce McLaren – grootheden waar ook Rindt al snel bij zou horen: hij won de race.

Herinneringen:

Herinneringen:

De collector’s items in de garderobe kunnen evenveel verhalen vertellen als de 911 in de garage.

Tijdens het seizoen van 1968 werd duidelijk dat Rindt over zou stappen naar Lotus. Daarmee kwam zijn relatie met Porsche ten einde, dus hij leverde zijn dienstwagen met nummerplaat S 8.491 weer in. Hoewel Rindt niet de reputatie had dat hij bijzonder zorgvuldig omging met zijn auto’s, heeft hij volgens de boeken alleen een deuk gereden in de voorbumper van de 911. De Oostenrijkse importeur wilde de auto behouden voor de motorsport en meldde hem opnieuw aan, als rallywagen voor speciale teams. 

Pas na veel detectivewerk is de 911 in de Weense garage van Heinz Swoboda beland. Meerdere keren liep het spoor naar de Rindt-auto dood. Op het juiste moment wist Swoboda echter toe te slaan. Daarna liet hij de auto restaureren in de originele staat, van het harde stuur tot aan het Bahamageel. De Fuchs-velgen zijn van een later jaar, de oorspronkelijke stoelbekleding met pepitaruitjes was niet meer na te maken.

Zo is de wagen weer bijna als vroeger, maar tegelijkertijd voorzien van nieuw leven. Misschien vertelt de nieuwkomer de anderen in de garage zijn verhaal. Of hij denkt alleen stilletjes terug aan de leren handschoenen van toen, en de fijngevoeligheid waarmee ze het gladde stuur vasthielden.

Herbert Völker
Herbert Völker

Verwante artikelen